De Volkskrant maakt zich zorgen om het verdwijnen van het woordje "het".
De woord het heeft het moeilijk
Dit naar aanleiding van onderzoek waaruit blijkt dat kinderen het lidwoord "het" pas laat goed gebruiken: op hun 7de zeggen zij nog weleens "de" in plaats van "het". Nou is dit zo gek nog niet: 2/3 van de Nederlandse zelfstandige naamwoorden zijn de-woorden. Anderzijds is dit al een poosje het geval: sinds het mannelijke en het vrouwelijke woordgeslacht opgingen in één de-genus (taalkundigen noemen dit "commmuun geslacht") zijn deze woorden veruit in de meerderheid. Dit proces van éénwording is in Noordnederland al sinds de middeleeuwen aan de gang. Schrijftaal en onderwijs hebben enigszins conserverend gewerkt, maar het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke woorden is voor de meeste standaardtaalsprekers kunstmatig en bewust aangeleerd.
Wat echter niet is gebeurd is dat het-woorden massaal zijn overgestoken naar de. Dus het verschil tussen "de" en "het" is vooralsnog springlevend. Jij die dit leest bent waarschijnlijk moedertaalspreker, en jij hebt het gewoon verworven - de 1/3-minderheid ten spijt. En dan zonder urenlang oefenen op school, maar thuis met de spreekwoordelijke paplepel in de mond. Bedenk ook dat veel het-woorden extreem vaak voorkomen. Neem een grotere hoeveelheid tekst (geschreven of gesproken), je zult er ongeveer evenveel de- als het-woorden aantreffen. En een kind hoort er extra veel: 'baby talk' blinkt uit in verkleinwoorden, en die zijn stuk voor stuk onzijdig.
En hoe zit het met straattaal en "die meisje"? Dit kan op termijn misschien problemen opleveren, maar zolang Nederlandse ouders "het boek" en "het hondje" blijven zeggen, zullen ook hun kinderen dit leren. De later opgepikte straattaal komt als nieuwe variëteit erbij. Jongeren zijn dan op een zekere manier tweetalig, of, met een duur woord: bi-dialectaal.
Nog twijfels? Kijk dan waar "het" (in een andere functie) nog allemaal opduikt.
"Ik weet het niet."
"Heb je 't al gehoord?"
"Het is op."
"Ja, 't is lekker, maar of 't nou zo gezond is..."
"Het ziet er super uit."
"Kom, we kopen het gewoon."
"Zeg het nou!"
Ik zou me voorlopig dus maar niet teveel zorgen maken. Ook niet als iemand om "de zout" vraagt. Taal kan best veel hebben zonder dat het verzwakt.
PS: De "het" in de zin hierboven is nieuw. Vroeger zei je hier "hij" of "zij" - "taal" is immers een de-woord. Zo zie je dat "het" zijn domein ook uitbreidt. Ik heb er, ahum, een proefschrift over geschreven.
donderdag 3 november 2011
maandag 6 juni 2011
Fudge
Wetenschappelijke kritiek is soms heerlijk om te lezen.
"So linguists fudge [...] by sticking on the arbitrary feature +REFL. Such a feature is a fudge. It might just as well be called +CHOCOLATE, which would in fact be a better name, since it would clearly reveal the nature of the fudge."
Lakoff (1972: ii)
"So linguists fudge [...] by sticking on the arbitrary feature +REFL. Such a feature is a fudge. It might just as well be called +CHOCOLATE, which would in fact be a better name, since it would clearly reveal the nature of the fudge."
Lakoff (1972: ii)
dinsdag 23 november 2010
Mijn favoriete schrijver
H. is mijn favoriete Nederlandse schrijver. True enough, hij schrijft vooral e-mails en beleidsstukken. Maar lees nou toch zelf. Over de komst van Sinterklaas in Molenrij.
De mist hield zaterdag aan, het miezeren en de kou ook. En in dat beeld staan dan twaalf kleine blije kinderen op de kade in Molenrij de komst van de Sint af te wachten. Een haventje is het niet, meer een zwaaikom, zodat bootjes die door de sloot komen aanvaren tenminste kunnen draaien en het gehucht na gedane zaken weer kunnen verlaten. Veel zaken worden er niet meer gedaan in Molenrij. Bij die kindjes stonden een paar moeders met van die typische Groningse gezichten onder parapluies (Kopland zou zeggen 'als een paard in de regen'), de harmonie speelde bepaald niet con-amore, en het crepepapier van de pietenmutsen begon aardige vlekken te geven in de regen, maar mooi was het en het bleek maar weer eens dat de Sint niemand overslaat, zelfs niet als hij daarvoor kilometers lang door een klein slootje moet staan te kleumen op een gemotoriseerde praam.
De mist hield zaterdag aan, het miezeren en de kou ook. En in dat beeld staan dan twaalf kleine blije kinderen op de kade in Molenrij de komst van de Sint af te wachten. Een haventje is het niet, meer een zwaaikom, zodat bootjes die door de sloot komen aanvaren tenminste kunnen draaien en het gehucht na gedane zaken weer kunnen verlaten. Veel zaken worden er niet meer gedaan in Molenrij. Bij die kindjes stonden een paar moeders met van die typische Groningse gezichten onder parapluies (Kopland zou zeggen 'als een paard in de regen'), de harmonie speelde bepaald niet con-amore, en het crepepapier van de pietenmutsen begon aardige vlekken te geven in de regen, maar mooi was het en het bleek maar weer eens dat de Sint niemand overslaat, zelfs niet als hij daarvoor kilometers lang door een klein slootje moet staan te kleumen op een gemotoriseerde praam.
zondag 1 augustus 2010
Natuurrecht
"Pflanzen und Tiere haben ein Naturrecht auf Verwirklichung ihres Lebens. Sie haben es auch, wenn es dem Menschen nicht den geringsten materiellen oder seelischen Nutzen bringt. Sie haben es selbst dann, wenn zur Verwirklichung ihres Lebensrechts notfalls die Aussperrung des Menschen aus letzten Naturräumen gehört – die winzige Inseln im Meer unserer Hochzivilisation sind."
http://www.wattenrat.de/sonderseiten/memmert/die-achte-insel/
http://www.wattenrat.de/sonderseiten/memmert/die-achte-insel/
zaterdag 1 november 2008
N.
N. is mijn zusje. Tenminste, we doen net alsof. Soms is ze ook mijn moeder. Dan kijk ze van opzij naar mij en weet ze alles. Maar meestal is N. mijn tweede stem. Of ik de hare. Want dan is het vrijdag en staan we met elkaar te zingen.
Kun je je voorstellen hoe dat gaat?
Een vrijdagochtend, drukke week, je lichaam stijf, je hoofd op barsten, ziel versnipperd, schouderspieren hard als kabels. Een bakje koffie, je ontdooit, en tien minuten later klinkt de eerste lach. Opzij die koffie, kom, we gaan beginnen.
Staan.
Ogen dicht.
Concentratie.
Adem.
Klank.
Vivaldi's "Et in terra pax", de lange noten, langzaam, rustig wentelend door hoog en laag. De haartjes op je armen staan al overeind. Je wrijft over je wangen, schouders, flanken. Je ademt dieper, beter. De klank ontspringt vanzelf. Je borstkas trilt, je buik, je knieen, en tot slot je tenen. Als de laatste noot vervliegt sla je je ogen open, kijkt elkaar aan, straalt. Weg is de week, weg is de drukte, weg de onrust en de kramp. Je staat er, tintelend van energie. Wat gaan we zingen?!
Dowland, Vivaldi, Humperdinck, Rachmaninov, Purcell en Pergolesi. Duits of Engels, Frans of Zweeds, soms vrolijk en soms melancholiek. Een drama, een dansje, een klacht of een grap. Dicht bij elkaar of heel ver weg, je ogen dicht of wijd, wijd open. Handgebaren voor de hoogte, wees niet bang en durf te stralen. Soms ik de alt, jij de sopraan, soms andersom, we leren van elkaar en met elkaar. We werken hard totdat het lukt, of tot de slappe lach ons dwingt om op te houden, door te gaan met weer een ander stuk.
Na drie uur zijn we moegezongen, maar zo gelukkig, zo voldaan. N.s hondje kijkt met scheve blik hoe noten en cds weer worden opgeruimd. Wat dacht het al die tijd, wat die twee vrouwen staan te doen?
Thank you for the music,
zusje N.
Kun je je voorstellen hoe dat gaat?
Een vrijdagochtend, drukke week, je lichaam stijf, je hoofd op barsten, ziel versnipperd, schouderspieren hard als kabels. Een bakje koffie, je ontdooit, en tien minuten later klinkt de eerste lach. Opzij die koffie, kom, we gaan beginnen.
Staan.
Ogen dicht.
Concentratie.
Adem.
Klank.
Vivaldi's "Et in terra pax", de lange noten, langzaam, rustig wentelend door hoog en laag. De haartjes op je armen staan al overeind. Je wrijft over je wangen, schouders, flanken. Je ademt dieper, beter. De klank ontspringt vanzelf. Je borstkas trilt, je buik, je knieen, en tot slot je tenen. Als de laatste noot vervliegt sla je je ogen open, kijkt elkaar aan, straalt. Weg is de week, weg is de drukte, weg de onrust en de kramp. Je staat er, tintelend van energie. Wat gaan we zingen?!
Dowland, Vivaldi, Humperdinck, Rachmaninov, Purcell en Pergolesi. Duits of Engels, Frans of Zweeds, soms vrolijk en soms melancholiek. Een drama, een dansje, een klacht of een grap. Dicht bij elkaar of heel ver weg, je ogen dicht of wijd, wijd open. Handgebaren voor de hoogte, wees niet bang en durf te stralen. Soms ik de alt, jij de sopraan, soms andersom, we leren van elkaar en met elkaar. We werken hard totdat het lukt, of tot de slappe lach ons dwingt om op te houden, door te gaan met weer een ander stuk.
Na drie uur zijn we moegezongen, maar zo gelukkig, zo voldaan. N.s hondje kijkt met scheve blik hoe noten en cds weer worden opgeruimd. Wat dacht het al die tijd, wat die twee vrouwen staan te doen?
Thank you for the music,
zusje N.
vrijdag 24 oktober 2008
Krullenbolbroer
Gisteren hebben we afscheid genomen van onze dirigent. De Domkerk in Utrecht was afgeladen vol, rondom de kist stonden bloemen, kaarsen, een vleugel. Schoonheid, muziek en licht. En zoveel liefde.
Tranen bij het lezen van een gedicht dat zijn broer voor hem schreef, twee dagen na zijn overlijden.
Zomaar op weg ben je, beetje gek zwevend,
Krullenbolbroer, echt de muziek achterna?
Een nieuw lied bedenk je voor straks in de morgen
om daarin te leven, verderop, hoe en waar?
Maar, kerel, ik zie je niet en kan je niet vinden.
Onderweg ben je, waar ga je naar toe?
Maatgever, klankstuurder, beweger van stemmen,
Jij bracht mensen tot toegewijd zingen.
Laat je koralen nu elders, anders weerklinken?
Waar ben je toch, maestro, ik zoek je, maar hoe?
Waar ga je langs, van die eeuwige wegen?
Toch niet alleen, stil en zonder klank?
Je armen stuwden tot grote ontroering,
zelfs fluisteren liet je met je vingers, je handen.
Krullenbolbroer, ben je verstopt? Hoe ruik ik je nu?
Ga je ver naar die zalen vol vreugde,
oorden - zo zegt men - van Sion en zo?
Moeten wij zingen om jou weer te vinden?
Of voelen wij wenend en klagend jou zo?
Intens beleven, jou, meesterzwaaier, kan ik dat dan?
Bespeur ik je stem toch in vrome gezangen?
In koren die vervoeren langs grazige weiden?
Jouw strakke gezicht is nu zo gesloten,
je haar ooit zo zwierig ligt nu verloren, zo stil.
Krullenbolbroer, je slaapt niet, maar ik voel je zo koud.
Ga dan, het moet maar, die tocht ver, voor eeuwig,
Reis door die poorten, beetje vrolijk, verlicht?
Wees maar omstraald met de gloed van de Vader,
blijf bij de Zoon, bevrijd door de Geest. Ik moet het zo laten.
Maar, broer, laat ze daar dansen, zingen en spelen.
Voor altijd en eeuwig, vol licht.

We missen je, Oane.
Tranen bij het lezen van een gedicht dat zijn broer voor hem schreef, twee dagen na zijn overlijden.
Zomaar op weg ben je, beetje gek zwevend,
Krullenbolbroer, echt de muziek achterna?
Een nieuw lied bedenk je voor straks in de morgen
om daarin te leven, verderop, hoe en waar?
Maar, kerel, ik zie je niet en kan je niet vinden.
Onderweg ben je, waar ga je naar toe?
Maatgever, klankstuurder, beweger van stemmen,
Jij bracht mensen tot toegewijd zingen.
Laat je koralen nu elders, anders weerklinken?
Waar ben je toch, maestro, ik zoek je, maar hoe?
Waar ga je langs, van die eeuwige wegen?
Toch niet alleen, stil en zonder klank?
Je armen stuwden tot grote ontroering,
zelfs fluisteren liet je met je vingers, je handen.
Krullenbolbroer, ben je verstopt? Hoe ruik ik je nu?
Ga je ver naar die zalen vol vreugde,
oorden - zo zegt men - van Sion en zo?
Moeten wij zingen om jou weer te vinden?
Of voelen wij wenend en klagend jou zo?
Intens beleven, jou, meesterzwaaier, kan ik dat dan?
Bespeur ik je stem toch in vrome gezangen?
In koren die vervoeren langs grazige weiden?
Jouw strakke gezicht is nu zo gesloten,
je haar ooit zo zwierig ligt nu verloren, zo stil.
Krullenbolbroer, je slaapt niet, maar ik voel je zo koud.
Ga dan, het moet maar, die tocht ver, voor eeuwig,
Reis door die poorten, beetje vrolijk, verlicht?
Wees maar omstraald met de gloed van de Vader,
blijf bij de Zoon, bevrijd door de Geest. Ik moet het zo laten.
Maar, broer, laat ze daar dansen, zingen en spelen.
Voor altijd en eeuwig, vol licht.

We missen je, Oane.
zaterdag 18 oktober 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)