maandag 6 juni 2011

Fudge

Wetenschappelijke kritiek is soms heerlijk om te lezen.

"So linguists fudge [...] by sticking on the arbitrary feature +REFL. Such a feature is a fudge. It might just as well be called +CHOCOLATE, which would in fact be a better name, since it would clearly reveal the nature of the fudge."

Lakoff (1972: ii)

dinsdag 23 november 2010

Mijn favoriete schrijver

H. is mijn favoriete Nederlandse schrijver. True enough, hij schrijft vooral e-mails en beleidsstukken. Maar lees nou toch zelf. Over de komst van Sinterklaas in Molenrij.

De mist hield zaterdag aan, het miezeren en de kou ook. En in dat beeld staan dan twaalf kleine blije kinderen op de kade in Molenrij de komst van de Sint af te wachten. Een haventje is het niet, meer een zwaaikom, zodat bootjes die door de sloot komen aanvaren tenminste kunnen draaien en het gehucht na gedane zaken weer kunnen verlaten. Veel zaken worden er niet meer gedaan in Molenrij. Bij die kindjes stonden een paar moeders met van die typische Groningse gezichten onder parapluies (Kopland zou zeggen 'als een paard in de regen'), de harmonie speelde bepaald niet con-amore, en het crepepapier van de pietenmutsen begon aardige vlekken te geven in de regen, maar mooi was het en het bleek maar weer eens dat de Sint niemand overslaat, zelfs niet als hij daarvoor kilometers lang door een klein slootje moet staan te kleumen op een gemotoriseerde praam.

zondag 1 augustus 2010

Natuurrecht

"Pflanzen und Tiere haben ein Naturrecht auf Verwirklichung ihres Lebens. Sie haben es auch, wenn es dem Menschen nicht den geringsten materiellen oder seelischen Nutzen bringt. Sie haben es selbst dann, wenn zur Verwirklichung ihres Lebensrechts notfalls die Aussperrung des Menschen aus letzten Naturräumen gehört – die winzige Inseln im Meer unserer Hochzivilisation sind."

http://www.wattenrat.de/sonderseiten/memmert/die-achte-insel/

zaterdag 1 november 2008

N.

N. is mijn zusje. Tenminste, we doen net alsof. Soms is ze ook mijn moeder. Dan kijk ze van opzij naar mij en weet ze alles. Maar meestal is N. mijn tweede stem. Of ik de hare. Want dan is het vrijdag en staan we met elkaar te zingen.

Kun je je voorstellen hoe dat gaat?

Een vrijdagochtend, drukke week, je lichaam stijf, je hoofd op barsten, ziel versnipperd, schouderspieren hard als kabels. Een bakje koffie, je ontdooit, en tien minuten later klinkt de eerste lach. Opzij die koffie, kom, we gaan beginnen.

Staan.
Ogen dicht.
Concentratie.
Adem.
Klank.

Vivaldi's "Et in terra pax", de lange noten, langzaam, rustig wentelend door hoog en laag. De haartjes op je armen staan al overeind. Je wrijft over je wangen, schouders, flanken. Je ademt dieper, beter. De klank ontspringt vanzelf. Je borstkas trilt, je buik, je knieen, en tot slot je tenen. Als de laatste noot vervliegt sla je je ogen open, kijkt elkaar aan, straalt. Weg is de week, weg is de drukte, weg de onrust en de kramp. Je staat er, tintelend van energie. Wat gaan we zingen?!

Dowland, Vivaldi, Humperdinck, Rachmaninov, Purcell en Pergolesi. Duits of Engels, Frans of Zweeds, soms vrolijk en soms melancholiek. Een drama, een dansje, een klacht of een grap. Dicht bij elkaar of heel ver weg, je ogen dicht of wijd, wijd open. Handgebaren voor de hoogte, wees niet bang en durf te stralen. Soms ik de alt, jij de sopraan, soms andersom, we leren van elkaar en met elkaar. We werken hard totdat het lukt, of tot de slappe lach ons dwingt om op te houden, door te gaan met weer een ander stuk.

Na drie uur zijn we moegezongen, maar zo gelukkig, zo voldaan. N.s hondje kijkt met scheve blik hoe noten en cds weer worden opgeruimd. Wat dacht het al die tijd, wat die twee vrouwen staan te doen?

Thank you for the music,
zusje N.

vrijdag 24 oktober 2008

Krullenbolbroer

Gisteren hebben we afscheid genomen van onze dirigent. De Domkerk in Utrecht was afgeladen vol, rondom de kist stonden bloemen, kaarsen, een vleugel. Schoonheid, muziek en licht. En zoveel liefde.

Tranen bij het lezen van een gedicht dat zijn broer voor hem schreef, twee dagen na zijn overlijden.

Zomaar op weg ben je, beetje gek zwevend,
Krullenbolbroer, echt de muziek achterna?
Een nieuw lied bedenk je voor straks in de morgen
om daarin te leven, verderop, hoe en waar?
Maar, kerel, ik zie je niet en kan je niet vinden.

Onderweg ben je, waar ga je naar toe?
Maatgever, klankstuurder, beweger van stemmen,
Jij bracht mensen tot toegewijd zingen.
Laat je koralen nu elders, anders weerklinken?
Waar ben je toch, maestro, ik zoek je, maar hoe?

Waar ga je langs, van die eeuwige wegen?
Toch niet alleen, stil en zonder klank?
Je armen stuwden tot grote ontroering,
zelfs fluisteren liet je met je vingers, je handen.
Krullenbolbroer, ben je verstopt? Hoe ruik ik je nu?

Ga je ver naar die zalen vol vreugde,
oorden - zo zegt men - van Sion en zo?
Moeten wij zingen om jou weer te vinden?
Of voelen wij wenend en klagend jou zo?
Intens beleven, jou, meesterzwaaier, kan ik dat dan?

Bespeur ik je stem toch in vrome gezangen?
In koren die vervoeren langs grazige weiden?
Jouw strakke gezicht is nu zo gesloten,
je haar ooit zo zwierig ligt nu verloren, zo stil.
Krullenbolbroer, je slaapt niet, maar ik voel je zo koud.

Ga dan, het moet maar, die tocht ver, voor eeuwig,
Reis door die poorten, beetje vrolijk, verlicht?
Wees maar omstraald met de gloed van de Vader,
blijf bij de Zoon, bevrijd door de Geest. Ik moet het zo laten.
Maar, broer, laat ze daar dansen, zingen en spelen.

Voor altijd en eeuwig, vol licht.













We missen je, Oane.

zaterdag 30 augustus 2008

Juf

Ik word lerares Duits.

Voor menige Nederlander doemt nu een beeld op. Kleurloos haar in een knotje. Strenge bril. Geen make-up. Geen humor. Een mens gebreid uit woordenrijtjes. Mitnachbeivonzuaus. Raus.

In Duitsland kennen we haar ook. In het oosten heet ze lerares Russisch, in het westen lerares Frans. Haatliefde overschrijdt grenzen.

Mijn haar is peper-en-zout, en mijn bril is best streng te noemen. En rijtjes leren moeten ze ook. En woorden naspreken. Nébel, Régen, Lében, Sée, Fée, Klée. Die vrouw op de cd die ze voorspreekt jaagt mij de stuipen op het lijf. Wat moeten mijn studenten niet van haar denken?

Het is niet anders, het lesmateriaal is mij net zo opgedrongen als ons allemaal de clichés. Maar ik zal mijn best doen om geen lerares Duits te zijn. Ik ben gewoon Jenny uit Berlijn. En mijn college begint... übermorgen!